Durbuy, het kleinste stadje ter wereld: is het een bezoek waard?

Durbuy wordt al eeuwenlang de kleinste stad ter wereld genoemd. In een bocht van de rivier de Ourthe is dit mini-stadje een geliefde bestemming voor wie de Belgische Ardennen bezoekt. Maar leeft zo’n plaatsje ook echt op zijn reputatie, of is het vooral een leuke bijnaam die dienstdoet als leuk toeristenlokkertje? We namen een kijkje in het kleinste stadje ter wereld.

Hoe kom je aan de titel kleinste stad ter wereld?

Durbuy kreeg in 1331 stadsrechten van Jan van Bohemen, graaf van Luxemburg. Officieel was het daarmee een stad, maar uitgroeien tot iets groots deed het nooit. Ingeklemd tussen de rivier, de rotswand en het kasteel bleef Durbuy klein, en die bescheiden omvang werd uiteindelijk zijn handelsmerk. Vandaag wonen er in het oude centrum zo’n vierhonderd mensen.

Of het echt de kleinste stad ter wereld is, valt te betwisten. Plaatsen als het Kroatische Hum, met amper twintig inwoners, maken formeel meer aanspraak op de titel. Maar Durbuy draagt de bijnaam met een knipoog en de bezoekers komen er hoe dan ook op af. Bovendien drukt het de pret niet, want wat het stadje aan formele grootte tekortkomt, maakt het ruimschoots goed met sfeer en geschiedenis.

Dit maakt Durbuy voor ons zo bijzonder

Zodra je het centrum in loopt, snap je waar al die drukte om draait. Je wandelt over straatjes die geplaveid zijn met kiezels uit de Ourthe, langs kalkstenen huizen met leien daken die hier al sinds de zeventiende eeuw staan. Op de achtergrond hoor je constant de Ourthe kabbelen. Boven de stad torent het Kasteel van Durbuy uit. Naar binnen kun je helaas niet, maar vanaf de belvedère kijk je zo over de daken en de vallei heen.

Wat ons aangenaam verraste, was het Parc des Topiaires net buiten het centrum. Dit is het grootste vormsnoeipark van Europa, met meer dan tweehonderd buxusstruiken die in de gekste vormen zijn geknipt. Bij de grote olifant en de pauwen stonden we even stil, en Manneken Pis in buxusstijl mocht er ook zijn. Loop daarna zeker nog even door naar de Falize, een rotswand vlak buiten de stadskern die uit allemaal dunne laagjes lijkt te bestaan. Het doet een beetje denken aan een grijze regenboog van steen, en is een geliefde plek voor een foto.

Wat je nog meer kunt doen in Durbuy

Wie na het slenteren nog energie over heeft, kan zich in de omgeving prima uitleven. Kajakken op de Ourthe is misschien wel het populairst: je stapt in bij Barvaux of Bomal en peddelt over de rivier weer richting Durbuy. Bij Durbuy Adventure gaan ze een stap verder, met mountainbiken, klimmen, death riding (tokkelbaan/zipline) en zelfs een tocht door de grotten van de streek.

Iets rustiger aan doen kan ook, in het Labyrinth Durbuy raak je met het hele gezelschap gegarandeerd een tijdje zoet tussen de hagen en maïs. En kom je in de winter, dan staat er middenin het oude centrum een kerstmarkt met Luikse wafels en een schaatsbaan!

Dus, is Durbuy een bezoek waard?

Wat ons betreft wel. In een paar uur heb je het stadje gezien, maar de sfeer, de geschiedenis en de omgeving maken het meer dan de moeite waard. Zeker als je het meepakt tijdens een langer verblijf in de streek.

En wie daar de tijd voor wil nemen, huurt natuurlijk een vakantiehuis in de Ardennen als thuisbasis voor het weekend. Op www.groepen.be vind je ruime accommodaties voor grotere groepen, van sfeervolle groepshuizen tot complete boerderijen midden in de Ardense natuur.

Terug naar alle berichten